De Museumkaart kost EUR 75 per jaar voor volwassenen, EUR 39 tot en met 18 jaar en EUR 69 om te verlengen, voor onbeperkte toegang tot ruim 500 Nederlandse musea. Het Rijksmuseum vraagt EUR 25, dus 75 gedeeld door 25 is drie bezoeken, en twee jaar voor EUR 14…
Wat je moet weten
De site van de Museumkaart drukt de jaarprijs groot af en laat de tweede prijs in de FAQ staan: EUR 75 per jaar voor volwassenen, EUR 39 voor iedereen tot en met 18 jaar, en EUR 69 om te verlengen. Na het eerste jaar kost verlengen, handmatig of automatisch, zes euro minder dan beginnen. De kaart geeft onbeperkt toegang tot ruim 500 musea in Nederland. De eerste som is de simpelste: 75 gedeeld door het volwassenentarief van het museum waar je echt komt geeft het aantal bezoeken dat het eerste jaar nodig heeft. Vul een echt getal in. Het Rijksmuseum vraagt EUR 25 voor volwassenen, en 75 gedeeld door 25 is 3, dus drie bezoeken aan dat ene museum in een jaar staan al gelijk en het vierde is winst.
- De Museumkaart kost EUR 75 per jaar voor volwassenen en EUR 39 tot en met 18 jaar, verlengen kost EUR 69, en de kaart geeft onbeperkt toegang tot ruim 500 Nederlandse musea. (bron 1)
- Het Rijksmuseum vraagt EUR 25 voor volwassenen en niets tot en met 18 jaar; Museumkaart, I amsterdam City Card, ICOM, de Amsterdamse Stadspas en de VriendenLoterij VIP-Kaart gaan gratis naar binnen, CJP en EYCA betalen de helft, EUR 12,50. (bron 2)
- Een kaart haalt de reservering niet weg: het Rijksmuseum schrijft dat je een starttijd boekt ook als je een Museumkaart of andere kortingspas hebt, is dagelijks open van 9 tot 17 uur en omboeken is gratis. (bron 2)
- De kaart wordt verkocht als een jaar vol kunst en cultuur, en de uitgever meldt dat bijna alle inkomsten terugvloeien naar de deelnemende musea. (bron 3)
De tweede som legt twee jaar naast elkaar, want die 69 trekt het omslagpunt omlaag. Twee jaar kost 75 plus 69, samen EUR 144. 144 gedeeld door 25 is 5,76, dus zes bezoeken tegen Rijksmuseumtarief over twee jaar is al terugverdiend, gemiddeld drie per jaar. Kom je vooral in stadsmusea van 12 tot 15 euro, vervang de 25 dan door je eigen getal en deel opnieuw. De drempel springt merkbaar omhoog, en dan is de vraag niet meer of de kaart loont maar of je echt zo vaak gaat.
De derde som gaat bij gezinnen het vaakst mis. De jeugdkaart van EUR 39 lijkt goedkoop, maar in grote musea zoals het Rijksmuseum komen kinderen tot en met 18 jaar toch al gratis binnen, dus daar levert die kaart geen cent op. Zij begint pas te tellen bij musea die kinderen wel laten betalen, dus tel hoeveel van de plekken waar je echt komt een kindertarief rekenen, vermenigvuldig met die kindertarieven en leg het naast 39. Twee volwassenen en twee kinderen is 75 maal twee plus 39 maal twee, samen EUR 228, en of dat de moeite waard is hangt volledig af van hoe vaak die twee jeugdkaarten op jullie eigen lijstje worden gebruikt.
- Waar
- Ruim 500 deelnemende musea door heel Nederland
- Wanneer
- Een jaar geldig vanaf aankoop, verlengbaar
- Prijs
- EUR 75 voor volwassenen, EUR 39 tot en met 18 jaar, EUR 69 om te verlengen
- Leeftijd
- Alle leeftijden; het jeugdtarief geldt tot en met 18 jaar
- Reserveren
- De meeste grote musea vragen nog steeds een tijdslot; het Rijksmuseum schrijft dat dit ook met een kaart geldt
- Let op
- Sommige locaties laten maar een deel van het gebouw vrij, lees dus de voorwaarden van dat museum zelf
Hokimi-veldtip: zet de musea op een rij waar je dit jaar echt bent geweest, niet de lijst waar je heen wilt. Rekenen met echte bezoeken halveert het antwoord dat rekenen met voornemens oplevert.
Datums, beschikbaarheid en externe voorwaarden kunnen wijzigen. Controleer altijd de nieuwste informatie bij de officiële bron.








Nog geen reacties — schrijf de eerste!